Geschiedenis van de Groep

Scoutinggroep Lisser Kaninefaten heeft een rijke geschiedenis.
Hier kijken we terug naar wat er zoal gebeurt is in de afgelopen tijd.

Index:
1) Begin van de Padvindersbeweging
2) 1932 - 1945 Begin en voorlopig einde van de Lisser Kaninefaten
3) 1945 - 1951 Een stormachtig nieuw begin: Het voortbestaan van de Lisser Kaninefaten
4) 1951 - 1960 De 'clubhuizen' periode
5) 1960 - 1982 Een tijd van veranderingen, volhouden en doorgaan
6) 1982 en verder: Met de tijd meegaan
7) De hoofdleiders tot nu toe


1) Begin van de Padvindersbeweging

1907. Een jaartal dat bij iedere rechtgeaarde aanhanger van de Padvindersbeweging in het geheugen moet staan gegrift. In dat jaar richtte Lord Baden Powell de padvinderij voor jongens op. Zijn ideeën over de beweging beschreef hij in zijn beroemde boek 'Scouting for Boys'. Het boek is in honderden talen vertaald en in Nederland bekend onder de naam 'Verkennen voor jongens'.

Waarschijnlijk heeft Baden Powell, toen hij zijn boek schreef, niet kunnen vermoeden dat zijn ideeën zoveel weerklank zouden vinden. Binnen enkele jaren na de oprichting van de eerste verkennerstroepen in Engeland werden over de gehele wereld padvindersgroepen voor jongens opgericht.

B.P. zou B.P. niet geweest zijn als hij niet had onderkend dat de leeftijdsgrenzen voor zijn Boy Scouts te eng waren gekozen. De beweging werd dan ook uitgebreid met groepen jongens onder de elf à twaalf jaar. B.P. vond zijn inspiratie voor deze leeftijdsgroep in het Jungleboek van Rudyard Kipling.

De Welpenhordes waren een feit en werden met evenveel enthousiasme ontvangen als de Verkennerstroepen. Ook aan oudere getrainde verkenners dacht B.P. Voor hen schreef hij het boek "Zwervend op weg naar het levensgeluk", de grote inspiratiebron voor Voortrekkers.

Wie meent dat vrouwenemancipatie iets is van deze tijd vergist zich deerlijk. De padvindersbeweging kent dit begrip reeds lang en wat meer is, het is in daden omgezet. Meisjes zagen met lede ogen aan (zo zijn ze nu eenmaal) hoe hun leeftijdsgenoten van de andere sexe het spel van verkennen uitoefenden. Zij bleven niet toekijken (zo zijn ze dan ook wel weer) maar vormden groepen met het doel de jongens te evenaren. Deze meisjesbeweging in de padvinderij kreeg behoefte aan organisatie. Lady Baden Powell heeft zich daarvoor ingezet en zij had eveneens succes als Lord Baden Powell dat had met zijn Boy Scouts.

Terug naar index

2) 1932-1945 Begin en voorlopig einde van de Lisser Kaninefaten

Hoewel het 25 jaar duurde, kon de padvindersbeweging die zo'n enorme opgang had gemaakt over de gehele wereld aan de bloembollenstreek niet ongemerkt voorbijgaan.
In 1932 - in navolging van vele steden en dorpen in Nederland - werd in Lisse het initiatief genomen tot het oprichten van een padvindersgroep bestaande uit een Welpenhorde en een Verkennerstroep. De groep kreeg de naam "de Lisser Kaninefaten", een naam die niet zomaar uit de lucht is gegrepen.
Omstreeks onze jaartelling leefde in de duinstreek een volksstam die in de eerste levensbehoefte voorzag door de jacht op de in de duinen veel voorkomende konijnen.
Geleerden hebben deze volksstam dan ook de naam "Konijnenvangers" of "Konijnenvatters" meegegeven.
Klonk deze naam niet geleerd genoeg? Of camoufleerden de geleerde heren hun niet-weten met een schoon klinkende naam, zoals geleerden dat veelvuldig doen? Hoe het ook zij, in de geschiedenisboeken staat de volksstam bekend onder de naam Kaninefaten (kanine = konijn: faten = vangen of vatten). Mogelijk ook heeft de naam Kaninefaten verwantschap met het Duits. "Kaninchenfassen" lijkt er best op!

Voor de goede orde moet worden opgemerkt dat voor de geschiedkundige juistheid van het bovenstaande niet geheel wordt ingestaan.

Het spreekt vanzelf dat de opgerichte padvindersgroep zich niet tot doel stelde konijnen te gaan vangen in de duinen. De naamgeving heeft te maken met het buitenleven zoals B.P. dat zijn padvinders voorhield en zoals onze voorvaderen dat beleefden.

Onder leiding van Akela van der Meulen en Hopman van Heuven werd het spel van verkennen enthousiast beoefend in het hart van de bollenstreek. De diverse zomerkampen zijn daar slechts voorbeelden van.

In 19-3-7 toen kon je wat beleven, toen kwam de Jamboree in Nederland. Geweldig moet het geweest zijn om als padvinder, zo dicht bij je woonplaats, padvinders uit alle delen van de wereld te hebben kunnen ontmoeten, jongelui die dezelfde idealen hadden zoals je deze zelf als padvinder aanhing.
Menig oud-padvinder zal zich Vogelenzang herinneren als het Jamboree-terrein uit 1937.

Slechts drie jaar na deze grootse manifestatie van vriendschap en broederschap werd Nederland onder de voet gelopen door de oorlogsmachine van een besnord mannetje wiens "idealen" geen plaats boden aan de padvindersbeweging. Het was oorlog, de padvinderij werd tot verboden vereniging verklaard.....

Terug naar index

3) 1945-1951 Een stormachtig nieuw begin: Het voortbestaan van de Lisser Kaninefaten

Idealen die stoelen op vrijheid, vriendschap en broederschap kunnen nooit worden uitgeroeid. Geen enkele onderdrukker is dat ooit gelukt en het zal niemand ooit lukken. De oorlog die in mei 1945 eindigde met de capitulatie van nazi-Duitsland had dan ook geen schade toegebracht aan de idealen van de padvindersbeweging.
Honderden jongens en meisjes melden zich als lid; ouderen namen enthousiast de leiding op zich.

Ook in Lisse was de toeloop naar Welpen en Verkenners zo groot dat naast R.K. groepen en Padvindstersgroepen vier groepen met elk een Welpenhorde en een Verkennerstroep moesten worden gevormd.
Zo ontstonden broederlijk naast elkaar de Impeesa's (Blauwe dassen), de Shawano's (rode dassen), de Johali's (groene dassen) en natuurlijk de Lisser Kaninefaten met hun oorspronkelijke oranje halsdoeken.

Tussen de groepen onderling heerste een gezonde wedijver. Iedere Welp of Verkenner vond dat hij bij de beste groep behoorde en dat had vaak tot gevolg dat schamper werd gesproken over 'De Blauwen', 'De Groenen', 'De Roden respectievelijk 'De Oranjen', al naar gelang van welke groep men lid was.

Beziet men het huidige onderkomen van de Lisser Kaninefaten dan is het met moeite in te denken hoe in de eerste jaren na de tweede wereldoorlog de groepen waren ondergebracht.
Samenkomsten vonden plaats in garages, schuren of gedeelten van pakhuizen, welwillend verhuurd door meelevende dorpsgenoten.
En wie van de ouderen herinnert zich niet het reeds lang verdwenen houten gebouwtje van de Lissese IJsclub waar het nieuwe begin werd ingeluid?

Het kon niet uitblijven dat veel jongens tot de ontdekking kwamen dat de padvinderij toch niet de vereniging was waar ze zich thuis voelden. Vele verwisselden de padvindershoed voor de voetbalbroek of werden lid van andere verenigingen. De vier groepen verloren steeds meer leden en ze werden te klein om als groep te blijven voortbestaan. Langzaam aan sloten de groepen zich aaneen tot één groep. U raadt het al: de Lisser Kaninefaten.

De groep floreerde en werd zelfs uitgebreid met een Voortrekkersstam.
Een naam voor de stam was gauw genoeg gevonden. Met wat graven in de historie stootten de voortrekkers op de leider van de Kaninefaten Brinio. U weet wel, de man die samen met Claudius Civilis (alias Claudius-op-wielletjes) de opstand tegen de Romeinen leidde. De leider van de Romeinen uit die periode is U waarschijnlijk bekend uit de verhalen van Asterix en Obelisk, te weten Julius Ceasar. Wie deze grote keizer ooit de naam Julius Racecar heeft gegeven is niet bekend.

Maar nu terug naar de padvinderij. Zoals iedere vereniging kampte de padvinderij met gebrek aan geld. Om tenten en ander kampeermateriaal te kunnen aanschaffen moesten de kassen eerst worden aangevuld.
Voor dat doel werden demonstratieavonden gehouden in Rehobôth (een gebouw dat ook onder de slopershamer is gevallen). In een oud logboek kan men nog lezen dat één zo'n avond wel 400,- opbracht! Voor die tijd een prachtig resultaat. Een groots opgezette bazar in de Nederlands Hervormde kleuterschool en een lege-flessen-ophaal-actie waren twee andere evenementen die geld in kas brachten.

Als hoogtepunten in de periode 1945 tot 1951 moeten vooral worden genoemd de elk jaar gehouden zomerkampen o.a. de verkennerskampen in Wezep (1946), Nijverdal (1947), Hellendoorn (1948), Maarn (1949), Austerlitz (1950). Het gebrek aan ruimte werd steeds nijpender. Maar daar kwam verandering in.

Terug naar index

4) 1951-1960 De 'clubhuizen' periode

In het nu 75-jarige bestaan van de Lisser Kaninefaten kan de periode tussen 1951 en 1960 het beste worden aangeduid met 'de clubhuizen periode'.

De groep was reeds lange tijd op zoek naar de mogelijkheid van een eigen permanent onderkomen, het liefst buiten het dorp. In een paar woorden kan nauwelijks worden weergegeven hoeveel overredingskracht nodig was om de gemeente Lisse zover te krijgen dat de Lisser Kaninefaten een terrein ter beschikking kregen.
Uiteindelijk kreeg de groep toestemming om op de Paardewei - het terrein in de hoek Spekkelaan en van Lijndenweg, waar nu voetbalvelden liggen - een blokhut te bouwen.

Twee namen van niet-Padvinders, die zich ingezet hebben om dit eerste clubhuis te kunnen realiseren, mogen niet onvermeld blijven.
De toenmalige secretaris van de plaatselijke commissie, de heer J. Wevers, komt in de eerste plaats alle eer toe dat de bouw financieel haalbaar was.
De heer Hooymeijer verdient aller dank voor zijn inzet bij de bouw door als bouwleider op te treden. Tot en met de laatste dakvorst was hij aanwezig. En aangezien padvinders handig horen te zijn, maar nog geen bouwvakkerskwaliteiten behoeven te bezitten, had hij een zware taak.

Geheel naar eigen ontwerp en met eigen krachten kwam de blokhut tot stand. De wanden waren opgebouwd uit halve dennenstammetjes waartussen asfaltpapier wat de aanduiding blokhut rechtvaardigt.
Na veel zwoegen, vele zaterdagen en vrije tijd vond de officiële ingebruikname plaats op 30 juni 1951. De blokhut werd zeer intensief gebruikt. De Welpen hadden hun hordehol, de Verkenners hielden er hun troepbijeenkomsten en de stamleden ontmoetten elkaar elke zaterdagavond op de stambijeenkomst.

Toch moest de groep binnen vier jaar opnieuw uitzien naar een ander terrein voor een clubhuis.
Het waarom had alles te maken met gemeentelijke ontwerp-bestemmings- plannen.

De gemeente Lisse wilde op de Paardewei nieuwe sportvelden aanleggen, terwijl in het Keukenhofbos een zwembad en een speelterrein voor padvinders werd geprojecteerd. In dit laatste deel nu lagen de moeilijkheden. De gemeentelijke plannen voor wat betreft het zwembad en daarmede het speelterrein in de Keukenhof kwamen om niet nader te noemen redenen op losse schroeven te staan. Teneinde de meestal langzaam draaiende ambtelijke molens vóór te zijn zochten de Lisser Kaninefaten zelf schriftelijk contact met de eigenaar van de Keukenhof. Dit leidde tot een onderhoud tussen de Graaf van Lijnden en vertegenwoordigers van de padvinderij. De R.K. verkenners waren er tevens bij betrokken.

Lange tijd bleef de padvinderij in onzekerheid over het al dan niet toestemming verkrijgen om op de Keukenhof clubhuizen te mogen bouwen.
Eindelijk kon de plaatselijke pers melden: "LISSER PADVINDERS KRIJGEN TOCH TERREIN VAN KEUKENHOF".
De graaf van Lijnden stelde een terrein van circa drie ha. ter beschikking van de padvinderij, waarbij hij tevens toestemming gaf om daarop een clubhuis te bouwen. De gemeente Lisse heeft verder alle medewerking verleend door zeer snel de daartoe nodige vergunningen af te geven. Een financiële tegemoetkoming van die zijde nam de laatste belemmering weg om daadwerkelijk aan te vangen.

Opnieuw werd er gezwoegd om het nieuwe clubhuis - een gebruikte loods van 9 bij 6 meter met leiderskamer van 3 bij 3 meter en een hal - overeind te krijgen. De moeite werd beloond, want in 1955 kon de blokhut op de paardewei worden verruild voor het nieuwe onderkomen bij Puntenburg, het onlangs gesaneerde Welpenclubhuis.
De officiële opening kreeg een extra feestelijk tintje, toen de heer
J. Wevers een onderscheiding van de Koninklijk Commissaris Prins Bernard kreeg opgespeld. Een meer dan verdiende waardering voor de wijze waarop de heer Wevers zich had ingezet voor de padvinderij in het algemeen en de Lisser Kaninefaten in het bijzonder.

Hoe gelukkig de groep ook was met het nieuwe clubhuis, de behoefte aan meer ruimte deed zich steeds meer voelen. Hoewel de Briniostam inmiddels was opgeheven werd de nieuwe accommodatie zeer intensief gebruikt door zowel de Verkennerstroep als de Welpenhorde. Het verlangen naar een eigen hordehol en een eigen troephuis werd steeds groter. Dit te meer omdat de troep erg groot werd en het grote leeftijdsverschil tussen de verkenners onderling een goed functioneren van de troep belemmerde. Een splitsing van de troep in een junioren- en een seniorentroep lag voor de hand, ware het niet dat daardoor het gebruik van het clubhuis nog intensiever en eigenlijk onmogelijk zou worden.

Dit probleem werd opgelost met de bouw (nu door een echte aannemersbedrijf) van een volledig nieuw troephuis. In goed twee jaar tijd had de groep de beschikking over twee comfortabele clubhuizen. Het nieuwe verkennerstroephuis kon in 1957 worden betrokken.

Op het gevaar af eentonig te worden, maar het moet vermeld, er kwam nog een derde clubhuis bij. Een uit de oorlog daterende houten noodwoning werd overgebracht naar Puntenburg. Dit derde gebouw kreeg de naam 'Houtenhop'.

Ondanks alle bouwactiviteiten kreeg het spel van verkennen de nodige aandacht.
De Welpen hielden hun zomerkampen op Puntenburg waar de drie clubhuizen daartoe een schitterende accommodatie boden.
De junior verkenners zochten het wat verder van huis en sloegen hun tenten op in verschillende delen van ons land. Trektochten per stalen ros vormden voor de senior verkenners een heerlijke week zomerkamp.

Terug naar index

5) 1960-1982 Een tijd van veranderingen, volhouden en doorgaan

Welke geschiedenis ook wordt opgetekend, de schrijver zal stuiten op minder aangename gebeurtenissen. De 63 jarige geschiedenis van de Lisser Kaninefaten vormt daarop geen uitzondering.

In het begin van de zeventiger jaren ontstond binnen de leiding van de groep een hoog oplopend meningsverschil over het in de groep toepassen van levensbeschouwelijke beginselen.
De meningen hierover bleven verschillen en konden niet worden bijgelegd. Dit meningsverschil had tot gevolg dat een aantal leiders met een deel van de horde en de troep zich van de Lisser Kaninefaten afscheidde. Zij vormde een nieuwe groep op Christelijke grondslag, een zogeheten X-groep, de Shawano's.
De groep Lisser Kaninefaten bleef een open groep, waar iedereen, van welke levensbeschouwelijke aard dan ook zich kon aansluiten en zich thuis voelen.
Ondanks de genoemde minder prettige gebeurtenis bleef de groep groeien, bloeien en het spel van verkennen spelen. Voor de welpenhorde bestond zelfs een wachtlijst voor nieuwe leden.
De senior en junior verkenners smolten weer samen tot één troep. Voor ouderen werd opnieuw een stam opgericht, waaraan de naam van een groot padvinder uit het district Rijnland werd gegeven. Met de naamgeving werd de overleden districtscommissaris Oubaas Beekes geëerd.

Wat echte padvindersactiviteiten uit deze periode betreft zou een boekwerk gevuld kunnen worden. De beperkte ruimte laat derhalve niet toe om uitgebreid hierop in te gaan, doch slechts kort.

Geen jaar is verstreken zonder het traditionele zomerkamp; voor de verkenners op velerlei plaatsen in Nederland. En wie zag - en ziet nog - daar niet reeds maandenlang van te voren naar uit? De zomerkampen vormen het hoogtepunt van het jaar.
Tijdens allerlei evenementen zoals patrouille-wedstrijden (nu Districts Scouting Wedstrijden red.) en rimboejachten lieten de Lisser Kaninefaten zich niet onbetuigd. Menige eervolle plaats was voor hen weggelegd.
Dit laatste was zeker het geval bij het deelnemen aan de Sint Jorismarsen te Oegstgeest. Deze marsen, die sinds 1946 ieder jaar ononderbroken worden gehouden, leverden aan de horde en de troep eerste, tweede en lagere prijzen op voor het op ordelijke wijze marcheren en algehele presentatie.

De achter ons liggende jaren kenmerken zich door grote veranderingen in de padvindersbeweging. De verschillende landelijke verenigingen van padvinders en padvindsters zijn in 1972 tot één organisatie samengevoegd onder de naam 'Scouting Nederland". Nederland werd verdeeld in gewesten en elk gewest in districten.

De nieuwe wijze van organisatie bracht bestuurlijk vele wijzigingen met zich mee. Voor iemand die zich een aantal jaren niet heeft bezig gehouden met de beweging duizelt het bij het lezen van: landelijke bestuur, landelijke raad, gewestelijk bestuur, gewestelijke raad, districtsbestuur, districtsraad, groepsbestuur, groepsraad, platformoverleg, speltakken, spelteams enz. enz.

Met de nieuwe organisatie zijn ook moderne progressieve ideeën over het spel van verkennen ingevoerd. Ideeën die in de praktijk zijn gewogen en te licht bevonden en door weer nieuwe ideeën zijn vervangen. Het uniform veranderde dusdanig dat de Chief Scout B.P. zich zou afvragen wat er van het oorspronkelijke uniform is overgebleven. De bruine korte broek werd verdrongen door een blauwe lange broek, de keuze tussen hoed, baret of ander hoofddeksel kan per groep worden gemaakt. De wet en de belofte waren aan wijziging onderhevig, de vaardigheidsinsignes kwamen deels te vervallen, nieuwe insignes werden ingevoerd.
Om kort te zijn: wat bleef er eigenlijk heel van de oorspronkelijke opzet van de door B.P. gestichte beweging? De leiding van de Lisser Kaninefaten heeft zich lange tijd verzet tegen al te grote vernieuwingen. Bij de groep is het oorspronkelijke uniform zoveel mogelijk in ere gehouden en de insignes werden voor zover mogelijk gehandhaafd.

Terug naar index

6) 1982 en verder: Met de tijd meegaan

Al het voorgaande van 'UIT DE OUDE DOOS' komt uit de folder '1932 - 1982, 50 jaar Lisser Kaninefaten' die speciaal ter gelegenheid van het 50 jarig bestaan van de groep is vervaardigd.

Intussen is er al weer het een en ander gebeurd. Zo ontstonden er naast de Lisser Kaninefaten en de Shawano's nog twee groepen in Lisse, te weten de katholieke St. Paulus groep, die later de Graaf van Lijndengroep kwam te heten, en de Puntenburggroep. Bij de Graaf van Lijndengroep ontstond een nieuwe speltak, de Luchtverkenners, die inmiddels al weer verdwenen zijn. De Shawano's zijn gestart met een waterscoutgroep.

De Lisser Kaninefatengroep werd uitgebreid met enkele nieuwe speltakken om zo zijn bestaansrecht te behouden en te kunnen concurreren met de andere scoutinggroepen. De Bevers, jongens en meisjes van 5 tot 7 jaar en de Rowans (jongens) en Sherpa's (meisjes) in de leeftijd van 15 tot 16 jaar, later Explorers genoemd, kwamen onze groep vergroten. Er werd een nieuwe stam opgericht; de Papilonstam.

De 'Houtenhop' raakte dusdanig in verval dat deze bezweek en er werd een nieuw deel aan het clubhuis van de verkenners gebouwd om de nieuwe speltakken een onderdak te bieden. Zo werd op 4 juni 1988 het vernieuwde clubhuis officieel geopend en gedoopt met de naam 'de Kali' (KAninefaten LIsse).

In 1992 werd het 60 jarig bestaan van de groep gevierd met een gezamenlijk weekendkamp met alle speltakken. En het afgelopen jaar is de groep alweer uitgebreid. De Puntenburggroep, welke bestond uit kabouters en padvindsters hield op te bestaan. Zo verhuisden de meisjes van de Bevers naar de Kabouters van de Puntenburggroep en kwamen ze als Sherpa weer bij de Lisser Kaninefaten terug. De groep maakte zich dan ook zorgen over de doorstroming van de leden. Na ruim beraad werd besloten om een kabouterronde en een padvindsterstroep op te richten in onze groep. Vanaf die tijd is de Lisser Kaninefatengroep een volledige groep geworden.

Scouting Nederland kreeg een face-lift en het spelaanbod werd vernieuwd. De speltakken gingen anders heten. Bevers, kabouters en welpen bleven bestaan. Verkenners en padvindsters kregen de naam Scouts.  Rowans en sherpa's werden Explorers. Stam, Pivo's of Loodsen werden ondergebracht onder de naam Jongerentak. En er kwam weer een speltak bij, namelijk de Esta's. Dit zijn jongens en meisjes in dezelfde leeftijd als Kabouters en Welpen die gezamenlijk een heel nieuw spelaanbod hebben, gebaseerd op het boek "Het kind met de hoge hoed'. Deze speltak is in plaats van de kabouters bij de Lisser Kaninefaten opgericht.

Geld is voor iedere vereniging, het zij nogmaals herhaald, onmisbaar om te kunnen draaien. Gelukkig kon vaak een beroep worden gedaan op gemeentelijke subsidie, maar alleen daarvan kan de groep niet blijven bestaan. Met de verkoop van kaarsen en stroopwafels huis aan huis kon de kas wat worden bijgevuld. Helaas ging weer veel geld verloren aan het herstel van vernielingen en gestolen materialen. De clubhuizen hebben ettelijke malen ongewenst bezoek van niets ontziende vandalen gekregen.
Dit had onder anderen het gevolg dat de opslag voor de pionierpalen in vlammen opging.

Helaas kon niet alles de tand des tijds even goed weerstaan en zo was het welpenclubhuis dusdanig in verval geraakt dat het niet meer verantwoord was om er verder de opkomsten in te houden. Er moest een alternatief gezocht worden. Dit werd gevonden in een uitbreiding van de Kali. Deze zou een grondige facelift moeten ondergaan waarbij het laatst gebouwde gedeelte verdubbeld moest worden.
Na een hoop uitdenken, heen en weer praten met de grondeigenaar en de gemeente en een hoop zelfinitiatief was in 2001 de nieuwbouw een feit. Daarna was het tijd om afscheid te nemen van het gebouwtje waar de Welpen menig jaar hun bijeenkomst hielden.

Nu zijn er bij de Lisser Kaninefaten de volgende traditie: St. Nicolaasfeest, de Kerstviering, de reeds eerder genoemde Nieuwjaarsmaaltijd en niet te vergeten het Sint Joris kampvuur. Tevens dient te worden vermeld dat de bejaarden in Rustoord ieder jaar tegen de Kerstdagen door de groep werden verrast met een bezoek. Tijdens dit bezoek werden hyacintenbollen rondgedeeld. En het moet gezegd, de oudjes rekenende er al helemaal op! Helaas is door personeelsinkrimping en bezuinigingen dit gebeuren komen te vervallen.

Terug naar index

7) De hoofdleiders tot nu toe

Horde (Welpen)
Akela Van der Meulen
Akela Schravendeel
Akela De Haas
Akela Van der Spruit
Akela De Leeuw
Akela Van der Velde
Akela Van Houten
Akela Carrie Wessels
Akela Marco Baars
Akela Paul Schoorl
Akela Boris Huikeshoven
Akela Patrick Beijsens

Akela Chris
Akela Hageman
Teamleidster Esther Huybens

Troep (Verkenners/Scouts)
Hopman Van Heuven
Hopman Luth
Hopman Van der Spruit
Hopman Van Houten Sr.
Hopman Van Hoven
Hopman Van Houten Jr.
Hopman Ronald Annaert
Hopman Paul van Rijn
Hopman William Geertsen
Hopman Ted Huikeshoven
Teamleidster Mariska Schoorl-Sentveld
Teamleider Dennis van Abswoude
Teamleider Mark van den Bos

Teamleider Lilian de Grauw- Teeuwen
Bevers
Hoofdleidster Van Houten
Hoofdleidster Anneke van der Leede
Hoofdleidster Carrie Wessels
Hoofdleidster Miriam Herzberg
Hoofdleidster Jonneke van Oijen
Hoofdleidster Anneke Van Stijn
Teamleider Patrick Beijsens
Teamleidster Margôt van der Vlugt
Teamleidster Annelies de Groot

Teamleidster Ingrid Eenjes-Geursen
Teamleidster Rindo van der Elst
Teamleider Maurice van der Leeden
Teamleider Merel Zentveld
Teamleider Lilian de Grauw- Teeuwen
Teamleider Lisette Brandsma

Kabouters
Hoofdleidster Ingrid van Duivenbode

Padvindsters
Hoofdleidster Els van Splunter

Esta's
Teamleider Erwin Roks
Teamleider Norbert
Teamleider Rutger Bach
Teamleidster Margôt van der Vlugt
Teamleider Geert
Berger
Teamleider Terry Hesseling
Teamleidster Miriam Brons

 

 
Showans (explorers)
Begeleider Karon Oppelaar
Begeleider Hans Teeuwen
Begeleidster Jolande Teeuwen-Van der Poort
Begeleider Paul Schoorl

Begeleider Geert Berger

Stam (jongerentak)
Oubaas Van Houten Sr. (Briniostam)
Oubaas Hoffman (Beekesstam)
Stam adviseur Van Houten Sr. (Kimball O'Hara stam)
Stam adviseur Van Hamme (Kimball O'Hara stam)
En vele andere leiding………….